Archive for complexiteit

Hello we are pop-up: veranderend werk!

De Staffing Groep , de grootste IT-detacheerder van Nederland, heeft een eigen monitor. Peter Boerman in Zipconomy maakte een samenvatting. Volgens voorspellingen dient 85% van de banen in 2030 nog te worden uitgevonden. Deze ontstaan voornamelijk op het gebied van data-analyse, informatiebeveiliging, artificial intelligence en robotisering. De traditionele benadering van individueel werk in silo’s, topdown gestuurd, sluit niet meer aan bij de snelheid, complexiteit, flexibiliteit en aanpassingskracht die wordt verwacht van organisaties. “Om het in voetbaltermen uit te drukken: iedereen in de aanval in balbezit en iedereen in de verdediging bij balverlies. Pingelend, tackles ontwijkend, snel combinerend, tempowisselend en counterend. Dat gebeurt meer en meer met ‘blended workcommunities’:vast, uitzend, detachering, freelance, partner, outsourcing, vrijwilliger of (online) crowd. Werk verschuift van hiërarchische organisaties naar cross-functionele teams die zichzelf managen. Teams die snel kunnen worden gevormd en ontbonden rondom een project, product, proces of vraagstuk. In navolging van de nieuwste trend hebben er ook in aanloop naar de organisatie van de fusie Vijfheerenlanden ‘popup teams’ gefunctioneerd.

Belangrijk is dan wel dat high performance wordt geborgd door een selectie van de juiste en diverse samenstelling van expertises en persoonlijkheden, co-creatie, agile (Japke-d Bouma zoekt nog naar een nieuw woord) werken en autonomie. Leidinggevenden moeten in de toekomst vooral verbindend, faciliterend, coachend en strategisch betrokken zijn. De trends op een rij.

1. Méér flexibilisering, in alle vormen

2. Functies worden opgedeeld in ‘rollen’

3. Groeiende polarisatie tussen laag- en hooggeschoold

4. Nieuwe kansen

5. Recruitment verandert

6. Data gaan de arbeidsmarkt beheersen

7. Werken wordt anticiperen en pingelen

8. Co-creatie in de supply chain

9. Talent altijd, overal en ergens

10. Alles wordt een team en een project

11. Leidinggeven wordt verbinden

12. Leven lang leren.

Loslaten en de terreur van de ‘uitdaging’

Het is een grote valkuil om alle reacties die niet getuigen van een geweldig optimistische kijk op de toekomst als ‘oud denken’ en ‘weerstand’ te beschouwen. Er zijn geen problemen alleen ‘uitdagingen’. Als je er niet ongelooflijk veel ‘zin in’ hebt en niet absoluut gelooft in de vernieuwende kracht van universele kernwaarden als vertrouwen, verbinding, openheid, klantgerichtheid en flexibiliteit. Hieronder een mooi filmpje van Jan Bommerez:

Jan Bommerez is schrijver, trainer en inspirator. Het meeste werk van Jan richt zich op de onderwerpen flow en transformatie. Transformeren kan alleen maar als je bereid en in staat bent om los te laten en dat blijkt soms een hele opgave. Jan geeft meerdaagse trainingen en workshops over het thema. Dit interview is gemaakt na afloop van de workshop die hij op 5 oktober 2013 gaf in Maarn.

Johanna Kroon schrijft over oud zeer bij verandertrajecten: drie do’s en don’ts. Tips: Tip 1: Erken het oud zeer, Tip 2. Benoem niet alleen de voordelen, maar ook de nadelen van de nieuwe oplossing
. Tip 3. Voorkomen is beter dan genezen.

Doughnut economy wrap around

De transformatie (hoort bij de jeukwoorden ik weet het) kan nooit goed vormgegeven worden als we perverse prikkels geven en blijven sturen op afzonderlijke kokers met hun eigen doelen en financiële raamwerken. De woorden op- en afschalen, doorzettingsmacht, escalatiemodel…. suggereren letterlijk te weinig gezamenlijkheid. Er komt een heerlijk ruime afvalbak (sociaal team) zodat er ook nog rustig versmald kan worden en de beperking tot laaghangend fruit gelegitimeerd is.


Kunnen we niet het model van Kate Raworth (doughnut economy) toepassen op de zorg- en hulpverlening? Meer naar de gezamenlijke verantwoordelijk, de wrap around, de “omschaling”?

Doughnut economy: embrace complexity!

Wat een genot om Kate Raworth te luisteren. Eindelijk iemand die in duidelijke taal iets anders verkondigt als de eindeloze groei en de onvermijdelijke race naar de bodem. Ze blijkt flink geinspireerd door complexity thinking/emergence. De wereld van de economy is niet de wereld van de wetten van de fysica maar die van complexiteit: Dit past bij “spiraling feedbacks, emerging trends and surprise tipping points”. Het beeld van de tuinier in plaats van de ingenieur, het beeld van de zwerm in plaats van bewuste systematische ordening. Op haar blog staan een aantal mooie animaties. Kijk deze maar eens:

Van beleid naar uitvoering

Wat is er veel tijd gestoken in de beleidsvoorbereiding van de drie decentralisaties (de 3 D’s). Transitieproof betekende vooral dat alles op papier in orde was. Op het eerste gezicht lijkt het niet zo moeilijk om meer aandacht voor de uitvoering te organiseren. We hebben geleerd dat beleid een cyclisch proces is dat verloopt in verschillende fasen die van elkaar te onderscheiden zijn, en elkaar in de tijd opvolgen (Teisman, 1995).

Schermafbeelding 2016-06-11 om 22.20.17Schermafbeelding 2016-06-11 om 22.18.49

 

Beleid begint met de beleidsvoorbereiding en probleemformulering, daarna vindt de besluitvorming plaats, vervolgens wordt het beleid uitgevoerd waarna door middel van evaluatie wordt vastgesteld of het aan zijn doelstellingen beantwoord heeft. Dan begint de beleidscyclus weer van voor af aan. Het is een overzichtelijk model dat ten grondslag ligt aan veel besluitvormingsprocessen binnen de overheid. De nieuwe tijd? We maken er gewoon 2.0 van (of voor de geavanceerde denker 3.0). We blijven hetzelfde doen maar zetten nu overal “door burgers” bij.

Heel veel tijd dus voor de beleidsvoorbereiding. Hoe van beleid uitvoering te maken en meer aandacht te hebben voor beleidsuitvoering lijkt eenvoudig maar is het niet. De consequenties van allerlei vernieuwingen (re)organisaties en bezuinigingen worden pas in de praktijk zichtbaar. De oude sturingsmodellen lijken niet meer zo bruikbaar.

In 2005 verscheen het boek Frontlijnsturing van Pieter Tops en Casper Hartman. De ‘frontlijn’ kan worden aangeduid als het gebied waar medewerkers “het echte werk” doen. Frontlijnsturing houdt in dat bestuurders en ambtelijk managers sturen via die medewerkers die direct in contact staat met de burger in omstandigheden die normaliter niet routinematig van karakter zijn en die een zekere spanning met zich meebrengen. De sturing staat daarmee haaks op de meer klassieke beleidsturing waarbij de uitvoering vanuit het beleid wordt aangestuurd. Eerst doelen formuleren door beleidsmedewerkers en daarna laten uitvoeren.

spaakmodel

ABC

Frontlijnsturing is een van de antwoorden op concrete, actuele, en onoverzichtelijke maatschappelijke vraagstukken. Alhoewel ik schreef er al in 2006 over. Prachtig beschreven door de werkplaats voor frontlijnsturing. “Vraagstukken waar we geen grip op lijken te krijgen. Niet te vangen door de aanpak van één organisatie, wegslippend in een ketenaanpak. Vaak in de rauwe werkelijkheid ….aan de onderkant van de samenleving. Het vraagstuk is bovendien steeds anders dan je denkt, sjablonen zetten je op het verkeerde been. Wat de overheid en maatschappelijke organisaties uiteindelijk willen bereiken is dat mensen weer het stuur van het leven in handen kunnen nemen. We hebben te accepteren dat dat bij sommigen nooit gaat lukken en dat er dus iets anders nodig is. Het gaat in de frontlijn over orde en wanorde. Overzicht en chaos liggen dicht bij elkaar. Wie hierin iets wil betekenen stapt in ongemak. Dit ongemak is voelbaar bij de ontvanger, bij de frontlijner zelf en bij de organisatie die verantwoordelijkheid neemt. Frontlijnsturing is een antwoord dat een een fundamenteel andere manier van sturen vraagt. Die manier van sturen moeten we nog leren”.

Vrijwilligers disruptie en tegenprestatie

De discussies laaien ook vandaag weer op. De aanleiding in dit geval de vakbonden die balen. De kop in NRC: 

“Vakbond baalt van opmars vrijwillige buschauffeurs

Ik volgde de discussie op radio 1 vanochtend. De interviewer riep op een gegeven moment vertwijfeld: “ja maar de lijn is toch onrendabel?” En daarmee kom je natuurlijk in het hart van de discussie.

1. Van welke diensten vinden we met z’n allen dat ze rendabel moeten zijn; van welke dat ze onrendabel mogen zijn? Waarom zouden we bijvoorbeeld nog steeds- verhoudingsgewijs goed betaalde ambtenaren hebben in gesubsidieerde gebouwen- voor publieksdiensten voor de parkeervergunningen, de paspoorten, het verstrekken en controleren van uitkeringen. Ziekenhuizen, maatschappelijk werk, jeugdzorg?

2. En meer discussies die allemaal met elkaar te maken: het ontslag van veel verzorgenden bij thuiszorg, de concurrentie van bijvoorbeeld Uber en Air-BNB, die goedkoop kunnen werken en particulieren inschakelen.

3. De discussies over de verplichte tegenprestaties, de ‘ontvrijwilliging’ van vrijwilligerswerk. Want is niet alle gesubsidieerde arbeid dan een tegenprestatie? (basisinkomen?!). Talloze onderscheiden die gemaakt worden: formeel en informeel vrijwilligerswerk, verplicht en vrijwillig vrijwilligerswerk, arbeid en vrijwilligerswerk, mantelzorg(verplichting) en is het opvoeden van kinderen dan ook een tegenprestatie? De discussies over vrijwilligerswerk in de WW. Het hele systeem overigens dat nog gebaseerd is op een oudere tijd.

4. De discussies over de verspilling van 6,3 miljard in arbeidsbemiddeling zoals haarfijn beschreven door Rutger Bregman in de Correspondent:’ het failliet van de Nederlandse werklozenindustrie‘.

5. En wat te doen met de oudere werkloze (55plus) die nog 12 jaar moet werken en het groeiend leger van actieve, vitale 65/66 plussers die leven in een tijd waarin we technisch inmiddels 120 kunnen worden? En wat te doen met de onervaren jongeren die niet aan de slag komen, regulier werk als stagiaire moeten doen (en niet één keer). 

Natuurlijk het komt goed maar we zitten wel in een vreemde tussentijd.

Krijgerschap van de menselijke geest

Ze is 72 en nog steeds een van de invloedrijkste organisatie-, leiderschap- en managementdenkers ter wereld. Zo was ze pas nog te gast op de Nyenrode Business UniversiteitMargaret Wheatley is al langer een van mijn heldinnen door haar vernieuwende wijze van kijken naar organisaties, mensen en leiderschap. Lang voordat die vernieuwing het uithangbord, en vaak niet meer dan dat, zou worden van iedere zichzelf respecterende organisatie. Ze wilde verder kijken dan de Westerse mechanische blik op de wereld. Ze bestudeerde levende systemen en paste ze toe op organisaties en communities. Ze is een integraal multidisciplinair denkster en ze werd leerling van Pema Chödrön om in deze wereld te kunnen zijn en haar hart toe te staan steeds opnieuw te breken (interview 2012). Pas kreeg ik haar laatste boekje in handen: ‘Ver van huis; nieuwe moed in deze dwaze wereld‘.

Ik las het in een adem uit en het is nu waar ik naar grijp als mijn vertrouwen wankelt. Het boek is geboren uit haar klaarheid dat “hebzucht, eigenbelang en dwingelandij de levenskracht van deze planeet vernietigen”. Ver van huis; ver van verbinding met onszelf en met elkaar; ver van ecologisch evenwicht; een wereld die niemand heeft gewild. Dromen en hoop over het redden van de wereld is nog steeds verleidelijk maar gebaseerd op verkeerde aannames- bijvoorbeeld dat leiders geïnteresseerd zijn in ‘wat werkt’. “Zelfs in goede tijden worden pioniers en hun succesvolle vernieuwende projectenstelselmatig genegeerd, verloochend of weggehoond. En dat geldt eens te meer voor deze duistere tijd” (ver van huis, Wheatley). In plaats van ‘redders van de wereld’ te blijven nodigt ze ons uit tot een nieuw perspectief: ‘krijgers van de menselijke geest’. Zoals de Shambhala-krijgers uit het boeddhisme, slechts bewapend met compassie en inzicht. Alleen hiermee en op zoek naar zachtheid, fatsoen en verbinding met elkaar en met jezelf, houden we het vol – en deze levenshouding zal bijdragen aan het proces van continue emergentie en de wereld van binnenuit helen.Ik zou er bijna een manifest van willen maken. Eis de rol van krijger van de menselijke geest op door de moed te hebben de wereld in haar hardheid te accepteren; niet te vluchten én er iedere dag opnieuw voor te kiezen niet bij te dragen aan vernauwing, dwang en controle, angst en agressie. Zoals de Shambhala-krijgers uit het Tibetaanse boeddhisme gewapend met niets anders dan compassie en inzicht. Alleen hiermee en op zoek naar zachtheid, fatsoen en verbinding kunnen we volhouden en van binnenuit helen.

 

 

Leuk toch?

“Leuk”, de duim omhoog (“vind ik leuk”) is doorgedrongen tot bijna alles, ook tot de domeinen waar we in het verleden regelmatig ons best wilden doen om te begrijpen. Nee, ik sluit me niet aan bij de nostalgici die ons een collectief geheugenverlies kwalijk nemen omdat we ons, eerst voor de TV en nu ook voor het computerscherm, laven aan amusement. Ik heb wel George Steiner (1929 geboren) op het netvlies die tijdens de nexuslezing “Universitas” de kwaliteit van de huidige universiteiten “im Frage” stelde. Hij is wellicht te resoluut. Zeker heb ik moeite met de toenemende angst voor alles wat een beetje moeilijk is. Moeite met de korte termijn oplosmiddelen die elke belemmering (bijvoorbeeld gebrek aan kennis) als sneeuw voor de zon doen verdwijnen. Criticus –essayist Kees Fens, 2008 overleden, kon in 2004 het woordje “leuk” al niet meer horen (Vrij Nederland 2004 Ingrid Harms: “liever leuk dan lastig”).

Ik kan me soms ook ergeren over het gemak waarmee termen als (sociale)innovatie, cocreatie, samenleving 3.0, participatiesamenleving, doedemocratie, de klant, de burger, het kind centraal – worden gebruikt; alsof de oplossing in het gebruik van de termen alleen zit. En ja iedereen “doet het”, van Starbucks tot de gemeentes.

Heerlijk is het om tussen de talloze amusementsuitingen en retoriek te verdwalen bij Maria Popova’s brainpickings.failsafe brainpicker

Professor Brian Cox bijvoorbeeld die stelt dat zoveel mogelijk burgers een begrip van de wetenschappelijke methode moeten hebben om een goed functionerende democratie te kunnen hebben. Luisteren/kijken naar Lawrence Lessig (ook een prachtig voorbeeld van hoe je een presentatie met slides powerpoint slides ook kunt geven), Slavoj Zižek, de Elvis van de cultuurtheorie (RSA animate), de chicagosessies van Martha Nussbaum, Een lezing van Machiel Karskens over Waarheidspreken bij Michel Foucault of een artikel van de nog altijd provocerende Noam Chomsky te lezen of dichterbij “de affectieve burger”. Waar het om draait is dat de echte problemen “wicked problems” zijn waarvoor weinig eenvoudige oplossingen voorhanden zijn – we leven in een tijd waar het er om gaat “complexe” problemen ook als “complex” aan te duiden en als zodanig aan te gaan. Duidelijk vind ik nog altijd Ralp Stacey. Complexiteit is aan de orde wanneer er weinig zekerheid is en de zowel definitie als oplossingen ver van overeenstemming liggen. Als iets duidelijk werd deze week in de begrotingsdebatten- dan was het dat. Iemand noemde het debat een ruimtereis. Het duurt lang en en de bestemming is onbekend.

complexity stacey