Archive for August 2014

Nieuwzoet, Simek en de kosten-baten analyse

Sinds vorig jaar na een presentatie  van NieuwZoet, bij – toen nog- Polare, krijg ik iedere dag fantastische boekfragmenten (blind auditions) in mijn email. Na de eerste presentatie  van NieuwZoet  meldden zich binnen 48 uur de eerste duizend geïnteresseerden aan die toegang kregen tot de bètaversie. Onze feedback wordt gebruikt bij de voltooiing van het zoek-platform, die voor komende zomer gepland staat.

Presentatie nieuw zoet bij Polare

Ik kreeg gisteren een prachtig fragment van Martin Simek uit bloedsinaasappels te lezen:

“Het is in het voorgebergte van de Pyreneeën dat we een pezige oude boer op zijn akker zien ploeteren. Hij wroet druivenranken uit de grond die nog ouder zijn dan hijzelf. Een voor een steekt hij ze met een schoffel uit de rotsachtige bodem. Een beestachtig zware arbeid als je het goed wilt doen, zodat de druiven niet in wilde vorm oneindig terug blijven komen, legt hij ons uit. En hij wil het goed doen omdat hij op dit stuk grond nieuwe druiven gaat planten.

De oude man veegt het zweet van zijn gezicht, dat net zo diep gegroefd is als zijn akker. Of hij geen zoons heeft die hem een handje kunnen helpen, vraag ik. Had ik het maar niet gedaan. Zijn lieve glimlach maakt plaats voor weemoed. Eén zoon is in de oorlog gesneuveld, de andere kieperde met de tractor om, daar, een stukje verderop, en werd vermorzeld. Nee, de oude boer heeft niemand meer. Zelfs geen neven of nichten.

Ik begin liever maar weer over de wijngaard. Hoe lang gaat het duren voor de nieuwe druivenranken de oude in productie zullen evenaren? ‘Een jaar of zes,’ zegt de boer. Ik sla aan het rekenen. De man is tachtig, weten wij inmiddels, plus zes. Loont het? Is het de moeite waard?

Mijn kosten-batenanalyse is de oude man vreemd.

‘Toen ik een klein jongetje was,’ wijst hij, ‘was dit al een wijngaard. En nu is de tijd gekomen om hem te vernieuwen. Ik ben God dankbaar dat ik nog net de kracht heb om het te doen.’

Ik word rood van schaamte.”

Bloedsinaasappels

 

De oorspronkelijke zonde van internet

Hendrik Goltzius' "The Fall of Man" (1616) (Wikimedia Commons)Hendrik Goltzius’ “The Fall of Man” (1616) (Wikimedia Commons)

Gisteren verscheen er een mooi artikel  van Ethan Zuckerman in the atlantic:’The Internet’s original sin’. Waar ging het zo mis met dat beloftevolle vrije internet? Toen adverteren (en de daarbij horende onvermijdelijke surveillance) het enige businessmodel van internet werd en bleef. Sinds Zuckerman Maciej Cegłowski’s speech hoorde op de ‘Beyond Tellerrand web design conference’ is hij ervan overtuigd: Adverteren is ‘internet’s original sin’. Het heeft geleid tot wat Al Gore een ‘stalkereconomie’ noemde. We worden agressiever als ooit gevolgd en het ‘do not track me’ betekent niet meer als ‘track me in secret’. De speech van Maciej heeft een mooi beeld:

Kinderen centraal?

Copyright www.flickr.com/photos/castgen/7731448428/ CC

Je hoort  en ziet het overal, op de gevels, in beleidsplannen, in interviews: ‘het kind centraal’. Maar betekent dat ook dat  we in onze samenleving het kind centraal stellen? Meestal niet. We gaan steeds weer voorbij aan hoe kinderen ontdekken en leren. We labelen tot in het oneindige en vergeten daarbij dat heel veel buitengewone presteerders nu wellicht het label autistisch, dyslectisch of ADD/ADHD zouden krijgen. Er circuleren talloze lijstjes op internet en ik heb de links als voorbeeld genomen. Peter Paul Doodkorte schreef er onlangs indringend over in zijn blog ‘Het etiket van beerput op rozenwater’. Een heel mooi voorbeeld blijft natuurlijk ook de labeling van ADHD zoals geschetst in de beroemde talk van Ken robinson.

Een TED talk in 2006 lanceerde de ideeën van Sir Ken Robinson bij een groot publiek.  Hij sprak over creativiteit in scholen en vond bij een breed publiek gehoor. Tot nu toe werd de lezing meer dan 27 miljoen keer bekeken en de animatie ervan is misschien nog wel aangenamer. Robinson beargumenteert dat het moderne onderwijs een product is van de industrialisatie; het voorbereiden van kinderen en jongeren op een leven van arbeid in een fabriek/kantoor.  Maar zegt hij, als we innovatie en creativiteit zo belangrijk vinden waarom wordt het dan niet onderwezen?

Voor onderwijsinspiratoren verwijs ik naar de inspiratiepagina op mijn site.

Mijn beste zelf

De laatste tijd zit ik veel in de tuin te werken. Een dwingende vraag die in de tuin opkomt is dat wat ik doe het waard om te worden gedaan? Hé jij daar, wat doe jij in de korte tijd die je is gegund? Verantwoord je!  ‘Ik doe mijn best’ is het antwoord dat in me opkomt. En ik werk stug verder, me worstelend door de emails, het werk, en opgaven die ik mezelf stel en de omgeving van me vraagt. Toen las ik een stukje van Eric Vloeimans.

Eric Vloeimans is een van de beste trompettisten in Nederland, Europa…. Hij studeerde af in Rotterdam en studeerde in New York met  Donald Byrd en in de bigbands van grote namen in de jazz, Frank Foster en Mercer Ellington. In 2001 kreeg hij de VPRO/Boy Edgar Prijs. In 2002 won hij een Bird Award en in 2011 werd hij onderscheiden met de Gouden Notekraker.  Hij durft, die Erik Vloeimans. Hij durft beproefde concepten te verlaten, hij durft monumentaal én intiem te zijn, hij durft te gaan voor complexe eenvoud en kwetsbare vernieuwing.Hij zet het niet op de gevel en niet in een beleidsplan. Hij doet het gewoon.

En wat zegt hij nu in Happinez? Hij zegt dat hij het hard werken vind om zijn beste zelf te zijn. “Om jezelf te kennen en te weten wat je echt wilt moet je in spirituele zin goed voor jezelf zorgen: jezelf kennen, je eigen zwarte kanten opzoeken, laagjes afpellen”. In muziek, zo zegt hij, is hij zijn beste zelf.

Is dat niet mijn, onze eerste opgave? Zoeken naar ons beste zelf?