Archive for April 2015

Byung-Chul Han

‘Wat anderen niet van mij weten, daar leef ik van’ – dat citaat van Peter Handke is het motto van Hans boekje De transparante samenleving en misschien ook een beetje het motto van zijn leven zo schrijft Nynke van Verschuer in VN. Han is 55 en geboren in Seoel, waar hij afstudeerde in de metallurgie. Hij studeerde filosofie en Literatuur in Freiburg, doceerde aan de Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe en is sinds twee jaar professor aan de Universiteit voor de Kunsten in Berlijn.  In 2010 werd zijn essay De vermoeide samenleving een bestseller in Duitsland en Zuid-Korea en daarmee was zijn naam gevestigd.

‘Protect me from what I want’ is een volgend motto van zijn nieuwste essay ‘Psychopolitiek’. Hij laat zich uitermate kritisch uit over de hedendaagse samenleving; over gamification, big data, digitalisering en de neoliberale ideologie die niet alleen het internet maar alles kapitaliseert. Miriam Rasch: “Een denker met één verhaal dat hij steeds weer herhaalt, als in een caleidoscoop, tot je ervan overtuigd bent: we leven in een digitaal panopticum en de bewakers zijn we zelf”.

Vier van zijn boeken zijn in het Nederlands vertaald:

  • Müdigkeitsgesellschaft (2010) – De vermoeide samenleving (2012)
  • Transparenzgesellschaft (2012) – De transparente samenleving (2012)
  • Agonie des Eros (2012)  – De terugkeer van Eros (2013)
  • Psychopolitik: Neoliberalismus und die neuen Machttechniken (2014)- Psychopolitiek. Neoliberalisme en de nieuwe machtstechnieken (2015)

Kurt Weill

Uitgenodigd voor editie Leerdam. Gespeeld met accordeonist Rob de Wit de Tango-ballade ofwel de Zuhälterballade.

Het deed me denken aan de tijden dat de muur nog stond; de spanning als je van west naar Oost Berlijn reisde. Het deed me denken aan de film “Das Leben der Anderen” waarin muziek een transformerende rol speelt, gesymboliseerd door de “Sonate vom guten Menschen”.  In de film krijgt Stasi officier Gerd Wiesler (een welhaast zelf geregiseerde) opdracht het appartement van een succesvolle toneerlschrijver (Georg Dreyman) te voorzien van afluisterapparatuur. Op de zolder nestelt hij zich en wordt langzaam meegevoerd door het dynamische gepassioneerde leven van Dreyman en zijn vriendin.  Een voorzichtige traan rolt over zijn wangen. Niet omdat hij treurt om de ontreddering van Dreyman die zojuist heeft gehoord dat zijn beste vriend zich opgehangen heeft. Niet omdat het systeem, waarin hij werkt daarvoor gezorgd heeft maar om het stuk wat Dreyman op de vleugel speelt (Sonate vom guten Menschen-gekregen van de vriend die zelfmoord pleegde). “Kan iemand die zo’n stuk hoort- werkelijk hoort- nog wel een slecht mens zijn?” vraagt Dreyman zich af. En misschien huilt Gerd, de koele genadeloze ondervrager, zelfs wel niet hierom, maar om zichzelf. Realiseert hij zich dan in wat voor systeem hij werkt (zijn meerderen zijn mateloos corrupt) en dat hij alles mist wat het leven uitmaakt: liefde, intimiteit, moed, vertrouwen, gedichten, spel, feest, vrienden.